|
Dance
is een verzamelnaam voor alle soorten elektronische
dansmuziek.
Het belangrijkste kenmerk is dat de muziek
grotendeels gemaakt is met elektronische
muziekinstrumenten en meestal niet live gespeeld kan worden.
De meeste dancestijlen kenmerken zich doordat de melodie eenvoudig
is en in een 4/4 maat
wordt gespeeld. Vaak heeft de muziek repeterende
melodieën en bevatten de meeste danceplaten een bassdrum.
Soms worden oude nummers bewerkt en soms worden ook akoestische
instrumenten
toegevoegd aan de muziek.
Dance
kent veel stijlen, die elkaar kunnen overlappen, variërend van heel
soft (ambient en chill out) tot keihard en snel (hardcore en schranz),
van minimalistisch en monotoon (minimal en techno) tot melodieus
(trance) en bombastisch (industrial). Veel subgenres zijn puur elektronisch
en instrumentaal (electro), terwijl andere genres juist veel vocalen
en akoestische instrumenten bevatten (house). In de Nederlandse
en Vlaamse hitlijsten zijn vooral de stijlen eurodance, house en
trance dominant, hoewel er sinds ongeveer 2003 ook veel electroplaten
in de hitlijsten staan en sinds 2005 ook Jumpstyle.
Er
zijn talloze clubs en feesten waar alleen dancemuziek wordt gedraaid.
Deze feesten (house parties) hebben een hoog hedonistisch gehalte:
veel mensen zijn er schaars gekleed en sommige bezoekers gebruiken
drugs, met name XTC. Dancefeesten komen daardoor vaak negatief in
het nieuws, hoewel nooit is aangetoond dat er op dancefeesten meer
drugs wordt gebruikt en meer geweld is dan bij andere evenementen.
De
eerste dance stijlen zijn ontstaan begin jaren '80 in de Verenigde
Staten en vloeiden voort uit de toen populaire disco, new age en
synthesizer muziek. House en techno zijn de oudste stromingen, uit
welke de meeste andere stromingen zijn ontstaan. De naam house is
ontleend aan de club the Warehouse in Chicago, waar dj's als Frankie
Knuckles als eerste begonnen te experimenteren. Techno ontstond
parallel aan house in Detroit. De naam techno is bedacht door technopioniers
Juan Atkins, Derrick May en Kevin Saunderson. Eind jaren '80 waaiden
deze stromingen over naar Europa, met name naar Engeland, Duitsland,
Nederland, België en het party-eiland Ibiza. Vrij snel daarna kwamen
de eerste danceplaten in de hitlijsten. In Nederland werd er tot
aan circa 1992 geen onderscheid gemaakt in de verschillende soorten
dance en noemde men alles house. In 1993 kwam er vrij plots een
scheiding tussen harde en zachte house. Zachte house noemde men
mellow en hardere house werd hardcore genoemd. Hiermee kwam er ook
ineens een einde aan het tot dan toe gangbare oldschool en acid
house geluid. Kort daarna waaierden deze twee stromingen uit tot
talloze substromingen. Uiteindelijk werd de stroming in Europa vele
malen populairder dan in de V.S., waar dance altijd in de underground
bleef. Ook ontstonden er bij de opkomst van dance veel clubs die
zich uitsluitend richten op dance, zoals de Roxy (Amsterdam), Nighttown
(Rotterdam) en Cherry Moon (Lokeren). Eind jaren '90 ontstonden
er ook enorme festivals (houseparties) waar duizenden mensen op
af kwamen, zoals de Love Parade (Berlijn), Dance Valley (Spaarnwoude)
en I Love Techno (Gent). Zoals eerder vermeld werd begin jaren '90
in Nederland house als verzamelnaam gebruikt voor dancemuziek. Dit
leidde echter tot verwarring, omdat house ook de naam is van een
subgenre. Daarom is dance nu de meest gangbare parapluterm. In andere
landen worden techno, rave en progressive als verzamelnaam gebruikt.
Een
diskjockey (van het Amerikaans-Engelse disc jockey) is van oorsprong
de persoon die de platen op de draaitafel of platendraaier legt.
Tegenwoordig wordt echter de afkorting dj (meestal DJ in namen)
of deejay (met Engelse uitspraak) meer gebruikt. Een vrouwelijke
diskjockey wordt wel aangeduid met de Engelse term DJane. DJ Er
zijn diskjockeys op de radio en in discotheken. Sommigen organiseren
hun eigen shows waarmee ze zelfstandig optreden.
Een
dj die in discotheken draait, beschikt meestal over twee platenspelers
of cd-spelers met een mengpaneel. Met het mengpaneel kan hij de
volumes en tonen van de liedjes per kanaal aanpassen. Meestal zit
er ook een snelheidsregeling (Pitch) op beide media. Hiermee kan
de dj twee nummers op hetzelfde tempo zetten zodat hij ze mooi in
elkaar kan laten overlopen. Sommige bekende dj's maken zelf hun
eigen liedjes of maken een remix van een al ouder of bestaand liedje
(cover). Het beroep DJ blijft voor de meeste mensen een hobby, maar
voor sommige is er goed geld mee te verdienen afhankelijk van technische
vaardigheden en naamsbekendheid.
Een
dj in een radiostudio praat veelal de platen aan elkaar ("praatje,
plaatje") en is dus eigenlijk een presentator. Hiermee geeft hij
of zij een radioprogramma een karakter. Doorgaans kondigt de dj
een plaat (muziekstuk of nummer van een plaat, cd of computer) aan
alvorens deze wordt gedraaid. Het aankondigen behelst het verstrekken
van informatie betreffende de te draaien plaat. Elke diskjockey
heeft zijn eigen stijl van presenteren en probeert de luisteraar
te behagen. Ook komt het voor dat er (actuele) onderwerpen worden
aangesneden alvorens er weer een plaat wordt gedraaid.
Dit
duurt overigens zelden langer dan enkele minuten. Na het afspelen
van de plaat wordt deze eventueel afgekondigd en begint de cyclus
opnieuw. Meestal probeert de radio-dj zijn aankondiging of praatje
precies af te ronden op het einde van het intro van de plaat. Er
zijn ook radioprogramma's die non-stop muziek uitzenden. Hier is
de taak van de dj om de platen achter elkaar te draaien zonder stiltes
tussen de platen of aan elkaar te mixen of in elkaar over te laten
lopen. Het aan elkaar mixen wordt vooral gedaan bij het dancegenre
waarbij de ritmepatronen van de te mixen platen worden gesynchroniseerd.
Hierbij kan de gehele plaat of een deel ervan gebruikt worden.
Bij
andere genres dan dance wordt het non-stop draaien van platen en
samenstellen van afspeellijsten vaak overgelaten aan een computer
die goedkoper is dan een fysieke dj. In de jaren van de zeezenders
(1960-'74) moest de diskjockey het gewicht van de naald verhogen
bij ruwe zee. Het gewicht tussen 1 Belgische frank en 1 Nederlandse
gulden, welke in de Mi Amigo-livestudio werden gebruikt op de MV
Mi Amigo, was verschillend. Bij zware storm was het zelfs onmogelijk
om platen te draaien en moest men noodgedwongen Compact cassettes
(ook wel "stormbanden" genoemd) draaien en die werden ook weleens
gebruikt als b.v. een bevoorrading van studiobanden niet kon worden
afgeleverd op het zendschip door de storm of een inbeslagname, zoals
bij Radio Mi Amigo.
Bij
Veronica noemde men dit een "paniektape". Soms kon de tender het
zendschip niet bevoorraden met banden, maar kon er wel live uitgezonden
worden, mits de zee niet te wild was om wel platen te draaien. Op
het zendschip Norderney van zeezender Radio Veronica was de boordstudio
zo gemaakt dat er een balanssysteem was ingebouwd om de pick-ups
aan boord zo stabiel mogelijk trachten te houden. Op de Mebo 2 van
Radio Noordzee had men een swing meter, zeg maar een grote, lange
stok met aan de onderkant een schaal met het nulpunt in het midden,
waardoor die kon aangeven wanneer de zee te wild was om platen te
draaien. Bij Laser 558 had men aan boord alleen spotmasters met
daarop de muziek die werd uitgezonden, waardoor men geen last van
storm ondervond.
In
de loop van de tijd heeft de functie van radio-dj zich veranderd,
zodat deze meer radiopresentator of radiocabaretier genoemd kan
worden: * De redactie kiest de muziek uit (bij zenders die met playlists
werken). * De muziekkeuze wordt bepaald door de zender en de grootste
doelgroep. * Er wordt op veel zenders meer gesproken en gelachen
dan muziek gedraaid. Een van de laatste oorspronkelijke dj's op
de Nederlandse Radio is Ferry Maat. Ten tijde van Ferry Maat's Soulshow
(rond 1980) koos hij zijn eigen platen, draaide hij het liefst zoveel
mogelijk muziek en vertelde hij alleen de noodzakelijke informatie
op de oude praatje-plaatjemanier
|