| |
Een
café (ook wel kroeg, knijp, bar en vroeger staminee genaamd) is
vanouds een bijeenkomstplaats waar dorpse zaken worden besproken
onder het genot van alle mogelijke drank (sterke drank, bier, koffie,
thee, frisdrank). Het is en was niet ongebruikelijk na het werk,
voor het naar huis gaan, eerst de kroeg te bezoeken, zeker in de
tijd dat loon aan het eind van de week of maand nog in harde valuta
in het loonzakje werd uitbetaald. Overigens staat tegenwoordig in
de Nederlandse drank- en horecawet dat werkgevers hun personeel
niet in een café mogen uitbetalen, horecaondernemers uiteraard uitgezonderd.
Het café had tot voor kort voor sommige mensen een associatie als
'mannenplek', maar als geruime tijd worden meer en meer kroegen
geopend voor specifiek publiek zoals tieners, en ook (alleengaande)
vrouwen weten de weg te vinden naar het café. Standaardinventaris
voor een 'echte' kroeg zijn de bar (of toog) met hoge krukken, de
tap en soms een biljarttafel.
Voor
de 16e eeuw bestonden eigenlijk nog geen kroegen zoals we die tegenwoordig
kennen. Er waren herbergen, logementen en taveernes die gericht
waren op het bieden van eten, rust en onderdak aan reizigers, maar
ook de eigen stadsbewoners bezochten herbergen. Jan Steen en Adriaan
Brouwer schilderden heel wat interieurs van drankgelegenheden. Halverwege
de 17e eeuw begon de opmars van koffie in Europa. Dit resulteerde
in het ontstaan van koffiehuizen voor de meer welgestelden uit eigen
stad. Hiervan is de term café (koffie in het Frans) afkomstig. De
bruine kroeg ontstond begin 19e eeuw, toen meer en meer mensen als
extra kostwinning hun voorkamer inrichtten als plaats waar mensen
iets konden drinken. In Vlaanderen was op het einde van de 19e eeuw
één op de zes huizen zo'n drankhuis. De Belgische Wet Vandevelde
(1919), die sterke drank in cafés verbood, moest het alcoholisme
onder de verpauperde bevolking tegengaan, maar de bieren kregen
wel een hoger alcoholpercentage. De traditionele inrichting van
de bruine kroeg, met kleedjes op tafel en lampjes aan de muur, is
vaak wel intact gebleven. Begin 20e eeuw werden cafés opgezet in
Jugendstil en later Art deco. Hiermee kwam de scheiding tussen kroegen
en cafés echt op gang; de kroeg voor het volk, het café voor de
middenklasse. Tot het midden van de 20e eeuw was het (in zuidelijk
Nederland) niet ongewoon om overledenen in een plaatselijk café
op te baren. Zo refereert de naam van het Sittardse café "'t Sjterfhoes"
(het sterfhuis) nog aan deze tijd. Vanaf 9 juni 1966 zijn er in
Nederland vanuit de rijksoverheid regels gesteld aan de inrichting.
Een café moet minimaal een oppervlakte hebben van 35 m² en er worden
eisen gesteld onder meer aan de hoogte van de zaak en de toiletten.
De "huiskamerkroegen" moesten hierdoor sluiten. Een bekende uitzondering
op deze wet is het kleinste café van Nederland, De Moriaan in Maastricht,
met een oppervlakte van nog geen 20 m². Vanaf 1 juli 2008 geldt
er wettelijk een rookverbod, waarmee het verboden is in horecagelegenheden
te roken, omdat het personeel recht heeft op een rookvrije werkplek.
Diverse kroegen in Nederland lappen dit verbod aan hun laars, omdat
in kroegen traditioneel door de bezoekers, eigenaren en personeel
veel gerookt wordt. Deze kroegen kregen te maken met boetes maar
zijn medio 2009 onderhevig aan diverse rechtszaken. [bewerken] Naamgeving
In de geschiedenis is de naamgeving van het woord koffiehuis en
café van betekenis veranderd, van een locatie waar vooral koffie
gedronken wordt, naar een plek waar vooral alcoholische drank wordt
gebruikt. Dezelfde verandering van betekenis ziet men bij het woord
coffeeshop, dit woord duidt geen gelegenheid aan waar vooral koffie
gedronken wordt, maar is een plaats waar softdrugs kunnen worden
gekocht en gebruikt. In Vlaanderen is het woord kroeg minder gebruikelijk:
ook volksdrankhuizen worden er meestal café genoemd. [bewerken]
Cafés in Nederland en België [bewerken] Nederland In Nederland waren
op 1 juli 2006 18.061 cafés gevestigd. Amsterdam was de stad met
de meeste cafés (1476). Van de steden met meer dan 100.000 inwoners
had Maastricht de hoogste 'cafédichtheid' (21,3 per 10.000 inwoners).(bron:
Bedrijfschap Horeca en Catering) [bewerken] België In België waren
eind 2005 ongeveer 19.300 cafés gevestigd. Dit aantal is de laatste
jaren aanzienlijk afgenomen. In 1998 waren in België nog ongeveer
25.100 cafés. [bewerken] Stamcafé De vaste klanten verzamelen zich
vaak rond de bar of rond een grote tafel, die daarom de "stamtafel"
wordt genoemd. Deze vaste klanten worden ook wel "stamgasten" genoemd,
en het café is hun "stamkroeg" of "stamcafé". Een stamgast kent
het bedienend personeel bij de (voor)naam, en ook de namen van andere
stamgasten zal hij of zij kennen. Omgekeerd weet het personeel wat
de klant drinkt. Bij zijn binnenkomst wordt zijn consumptie ongevraagd
voor hem klaargezet – een gebaar van zijn hand is voldoende. Daardoor
voelt hij zich vertrouwd en thuis in het café en beschouwt het personeel
en de andere vaste klanten als goede kennissen. In komische televisieseries
en strips zijn ook stamgasten te vinden. Zo draait de strip Stamgasten
van de Nederlandse tekenaar Toon van Driel om de belevenissen van
aangeschoten wild, en speelt de Amerikaanse televisieserie Cheers
zich vrijwel geheel af in een café. Stamgasten in dit café zijn
onder meer de postbode Cliff Clavin en de psychiater Frasier Crane.
Ook 't Schaep met de 5 pooten, een komische Nederlandse televisieserie
die van 1969 tot 1970 werd uitgezonden, draaide om de gasten van
een stamcafé. [bewerken] Taal De Nederlandse taal voorziet in terminologie
als: * bruine kroeg - de schaars verlichte, ouderwetse kroeg, die
bruingekleurd is. * (elf)kroegentocht - tocht als groepsamusement
van de ene kroeg naar de andere. * kroeglopen - het regelmatig binnenlopen
bij kroegen. * kroegtijger - een persoon die vaak in een café zit.
* tooghanger - iemand die geregeld in een café blijft hangen. *
stamgast - vaste gast, zie boven. In België bestaat de staminee
(ofwel van "Está mineta?" of "Zijn er meisjes?" zoals de Spanjaarden
in de zestiende eeuw vroegen, ofwel van 'stam', naar de gotische
zuilen die dakconstructies stutten), In Engeland en Ierland spreekt
men van de pub en in de Verenigde Staten de saloon. Menig Duitser
gaat dan weer prat op zijn eigen Kneipe of Stammlokal (vaak met
'Stammtisch', de tafel van de stamgasten).
Een
diskjockey (van het Amerikaans-Engelse disc jockey) is van oorsprong
de persoon die de platen op de draaitafel of platendraaier legt.
Tegenwoordig wordt echter de afkorting dj (meestal DJ in namen)
of deejay (met Engelse uitspraak) meer gebruikt. Een vrouwelijke
diskjockey wordt wel aangeduid met de Engelse term DJane. DJ Er
zijn diskjockeys op de radio en in discotheken. Sommigen organiseren
hun eigen shows waarmee ze zelfstandig optreden.
Een
dj die in discotheken draait, beschikt meestal over twee platenspelers
of cd-spelers met een mengpaneel. Met het mengpaneel kan hij de
volumes en tonen van de liedjes per kanaal aanpassen. Meestal zit
er ook een snelheidsregeling (Pitch) op beide media. Hiermee kan
de dj twee nummers op hetzelfde tempo zetten zodat hij ze mooi in
elkaar kan laten overlopen. Sommige bekende dj's maken zelf hun
eigen liedjes of maken een remix van een al ouder of bestaand liedje
(cover). Het beroep DJ blijft voor de meeste mensen een hobby, maar
voor sommige is er goed geld mee te verdienen afhankelijk van technische
vaardigheden en naamsbekendheid.
Een
dj in een radiostudio praat veelal de platen aan elkaar ("praatje,
plaatje") en is dus eigenlijk een presentator. Hiermee geeft hij
of zij een radioprogramma een karakter. Doorgaans kondigt de dj
een plaat (muziekstuk of nummer van een plaat, cd of computer) aan
alvorens deze wordt gedraaid. Het aankondigen behelst het verstrekken
van informatie betreffende de te draaien plaat. Elke diskjockey
heeft zijn eigen stijl van presenteren en probeert de luisteraar
te behagen. Ook komt het voor dat er (actuele) onderwerpen worden
aangesneden alvorens er weer een plaat wordt gedraaid.
Dit
duurt overigens zelden langer dan enkele minuten. Na het afspelen
van de plaat wordt deze eventueel afgekondigd en begint de cyclus
opnieuw. Meestal probeert de radio-dj zijn aankondiging of praatje
precies af te ronden op het einde van het intro van de plaat. Er
zijn ook radioprogramma's die non-stop muziek uitzenden. Hier is
de taak van de dj om de platen achter elkaar te draaien zonder stiltes
tussen de platen of aan elkaar te mixen of in elkaar over te laten
lopen. Het aan elkaar mixen wordt vooral gedaan bij het dancegenre
waarbij de ritmepatronen van de te mixen platen worden gesynchroniseerd.
Hierbij kan de gehele plaat of een deel ervan gebruikt worden.
Bij
andere genres dan dance wordt het non-stop draaien van platen en
samenstellen van afspeellijsten vaak overgelaten aan een computer
die goedkoper is dan een fysieke dj. In de jaren van de zeezenders
(1960-'74) moest de diskjockey het gewicht van de naald verhogen
bij ruwe zee. Het gewicht tussen 1 Belgische frank en 1 Nederlandse
gulden, welke in de Mi Amigo-livestudio werden gebruikt op de MV
Mi Amigo, was verschillend. Bij zware storm was het zelfs onmogelijk
om platen te draaien en moest men noodgedwongen Compact cassettes
(ook wel "stormbanden" genoemd) draaien en die werden ook weleens
gebruikt als b.v. een bevoorrading van studiobanden niet kon worden
afgeleverd op het zendschip door de storm of een inbeslagname, zoals
bij Radio Mi Amigo.
Bij
Veronica noemde men dit een "paniektape". Soms kon de tender het
zendschip niet bevoorraden met banden, maar kon er wel live uitgezonden
worden, mits de zee niet te wild was om wel platen te draaien. Op
het zendschip Norderney van zeezender Radio Veronica was de boordstudio
zo gemaakt dat er een balanssysteem was ingebouwd om de pick-ups
aan boord zo stabiel mogelijk trachten te houden. Op de Mebo 2 van
Radio Noordzee had men een swing meter, zeg maar een grote, lange
stok met aan de onderkant een schaal met het nulpunt in het midden,
waardoor die kon aangeven wanneer de zee te wild was om platen te
draaien. Bij Laser 558 had men aan boord alleen spotmasters met
daarop de muziek die werd uitgezonden, waardoor men geen last van
storm ondervond.
In de loop van de tijd heeft de functie van radio-dj zich veranderd, zodat deze
meer radiopresentator of radiocabaretier genoemd kan worden: * De redactie kiest
de muziek uit (bij zenders die met playlists werken). * De muziekkeuze wordt bepaald
door de zender en de grootste doelgroep. * Er wordt op veel zenders meer gesproken
en gelachen dan muziek gedraaid. Een van de laatste oorspronkelijke dj's op de
Nederlandse Radio is Ferry Maat. Ten tijde van Ferry Maat's Soulshow (rond 1980)
koos hij zijn eigen platen, draaide hij het liefst zoveel mogelijk muziek en vertelde
hij alleen de noodzakelijke informatie op de oude praatje-plaatjemanier |
|