|
Mixen
(ook wel: doormixen of doorstarten) is in DJ-termen het op
zodanige manier maken van een overgang tussen twee verschillende
muziekstukken dat het (bijna) niet te horen is dat er een
overgang plaatsvindt en/of dat het samen melodieus klinkt.
Het begrip wordt (vooral) gebruikt in relatie tot het laten
samenvloeien van dansmuziek. Het mixen heeft zijn oorsprong
in de (mid)jaren '70 toen diskjockeys in clubs en discotheken
meer gingen doen dan het louter aan- en afkondigen van de
gedraaide nummers. Enerzijds werd gestart met het spreken
op de maat van instrumentele delen van de muziek (oorsprong
van het zogenaamde rappen) en anderzijds maakten de DJ's een
dusdanige overgang tussen de nummers, dat men gewoon door
kon blijven dansen. Eind jaren '70 begon het mixen aan een
opmars in de Nederlandse discotheken en werd reeds toen door
een zekere incrowd tot 'draaikunst' verheven. Ook uit die
tijd stammen de "DJ battle's" met toenmalige wereldkampioenen
als DJ Cash Money (New York). Sinds eind jaren '80 zijn de
DJ's die in discotheken, clubs en op dansparty's draaien vrijwel
allen mixende DJ's (in tegenstelling tot het merendeel van
de radio-DJ's). Naast de keuze van de gedraaide nummers werd
ook de mixvaardigheid een belangrijke succesfactor voor een
DJ. Op internationaal niveau genieten naast Amerikaanse en
Engelse, vooral ook de Nederlandse DJ's grote bekendheid en
aanzien in de dansscene vanwege hun mixvaardigheden.
* Platen- en/of cd- spelers met pitch-control
(minimaal 2) * Een mengpaneel
of mixer * Een hoofdtelefoon
* En een stereo-installatie
n
plaats van platen- of cd-spelers, worden ook computers (met
toepassing van mix-software) gebruikt. Het overgrote deel
van de DJ's gebruikt (anno 2009) echter platenspelers en/of
cd-spelers. Omdat cd-spelers aanvankelijk niet de fysieke
bewerkingsmogelijkheden van een platenspeler hadden, is de
platenindustrie lange tijd (ten behoeve van DJ's) doorgegaan
met het produceren van vinyl (platen). CD's werden eenvoudigweg
niet of nauwelijks gebruikt door mixende DJ's omdat de beschikbare
cd-spelers niet secuur genoeg reageerden op 'commando's' van
de DJ (starten, stoppen, afspeelsnelheid bijstellen et cetera).
Rond het jaar 2000 kwam daar verandering in met de komst van
cd-spelers die qua bewerkingsmogelijkheden grote overeenkomst
vertoonden met platenspelers.
Wereldwijd is de meest gebruikte platenspeler voor het mixen,
de zogenaamde 'Technics 1200'-serie . Een direct aangedreven
(in tegenstelling tot snaar-aangedreven) platenspeler met
een mogelijkheid tot graduele aanpassing van de snelheid (pitchcontrol)op
zowel 33 als 45 'rounds per minute' (rpm / toeren). De in
het professionele circuit meest gebruikte CD-speler is de
Pioneer CDJ-serie. Een cd-speler, waarop een grote ronde schijf
is gemaakt die is bedoeld om de fysieke eigenschappen en daarmee
de bewerkingsmogelijkheden van een vinylplaat na te bootsen.
In 2009 heeft Pioneer daar een uitvoering van op de markt
gebracht, waarbij de CD als geluidsdrager, vervangen kan worden
door een 'harde schijf'. Deze speler kan niet alleen CD's
lezen en afspelen maar ook opslagmedia als harde schijven
van computers en USB-sticks, waarop muziek in allerlei formaten
is opgeslagen.
* Eerst zoekt de dj
twee nummers bij elkaar. * Dan wordt eerst op de hoofdtelefoon
het tempo (BPM, zie onder) van de twee nummers aan elkaar
aangepast. * Op het juiste moment kan de dj de nummers in
elkaar over laten gaan met behulp van het mengpaneel.
Er
zijn inmiddels vele verschillende werkwijzen en mixtechnieken
die worden toegepast, afhankelijk van de gebruikte muziekdragers
(vinylplaten, CD's, computers), het gebruikte mengpaneel en
het beoogde effect van de overgang / opeenvolging van de muziek.
In veruit de meeste gevallen wordt beoogd om de twee opeenvolgende
muzieknummers qua tempo op elkaar aan te laten sluiten. Dit
tempo wordt uitgedrukt in beats per minute (BPM). Het gelijk
maken van de BPM-waarden van de nummers gebeurt door middel
van de zogenaamde pitch-control: een knop waarmee de DJ de
afspeelsnelheid van de muziek (en dus het ritme) kan wijzigen.
De opeenvolgende (dans)nummers blijven door het mixen ononderbroken,
waardoor het dansende publiek geen pauzes hoort cq. ervaart
tussen de muzieknummers.
|